Hoe betrouwbaar is de BMI?

Hoe betrouwbaar is de BMI?

In de immer voortdurende strijd tegen obesitas is men nu op zoek naar betere methodes om te bepalen of iemand overgewicht heeft of niet. Waar men vroeger puur naar gewicht en de laatste jaren vooral naar de Body Mass Index (BMI) keek, gaan er nu stemmen op voor andere, betere methodes. Maar is dit ook een vooruitgang en hoe bepalen we of iemand een gezond gewicht heeft of ongezond te zwaar is?

Wat is BMI?
BMI staat voor Body Mass Index, een index voor het gewicht in verhouding tot lichaamslengte. Ook wel bekend onder de term queteletindex. De BMI is bedoeld voor volwassenen en is niet geschikt voor kinderen, atleten, body builders en ouderen boven de 70. Voor kinderen is er een aparte index.

BMI berekenen
Je BMI bereken je als volgt: Deel je gewicht in kilo's door het kwadraat van je lengte in meters. Bijvoorbeeld: Je weegt 60 kg en bent 1 meter 60: 60/ (1,60×1,60) = 23,4. Dit is volgens de Body Mass Index een gezond gewicht. Een BMI tussen de 18,5 en 25 valt onder gezond. Er boven is overgewicht waarbij een BMI boven de 30 als obesitas (= ernstig overgewicht) geldt en je overgewicht gezondheidsrisico's met zich mee brengt. Boven de 45 gaan alle alarmbellen af. Dit is morbide obesitas en extreem gevaarlijk voor je gezondheid.

BMI onbetrouwbaar

Omdat de BMI nogal wat mensen uitsluit en het ook voor de groep waarbij het wel zou werken twijfelachtig is of het klopt, gaan er steeds meer stemmen op voor een nieuwe, nauwkeuriger manier van meten. In de oude methode wordt er namelijk geen rekening gehouden met de verhouding tussen spiermassa en vetweefsel. Daardoor kan het zijn dat mensen met veel spiermassa volgens de BMI in de categorie obesitas vallen. En vice versa dat mensen met een hoog vetpercentage toch een gezond BMI hebben. Dit geeft een vertekend beeld met als gevolg dat statistieken niet kloppen en er mogelijk verkeerde adviezen worden gegeven.

Nieuwe meetmethode
Wetenschappers zijn druk bezig met alles wat met obesitas te maken heeft. Een wiskundige aan de Universiteit van Oxford, Nick Trefethen, heeft een nieuwe meetmethode voor obesitas ontwikkeld. Volgens hem wordt er geen rekening gehouden met de hoeveelheid natuurlijke massa die grote mensen hebben waardoor ze bijna altijd een hogere BMI uitkomst hebben. Korte mensen daarentegen zitten vaak in de categorie ondergewicht.

Trefethen bedacht een nieuwe formule waarbij er wel rekening gehouden wordt met de natuurlijke massa. In deze formule wordt het gewicht in kilogram eerst vermenigvuldigd met 1,3 en het antwoord wordt vervolgens gedeeld door de lengte in meters tot de 2,5e macht. Volgens de Engelse wiskundige zouden de resultaten met deze formule de gezondheid van miljoenen mensen kunnen beïnvloeden.

Onderzoek naar BMI
Ook onderzoekers van het Weill Cornell Medical College in New York komen tot de conclusie dat de BMI geen goede maatstaf is voor overgewicht. Zij berekenden in een door hen zelf uitgevoerd onderzoek in een kliniek in New York, de BMI van 9000 volwassenen. Hieruit bleek dat 26 procent van de mensen obesitas had. Daarna maakten ze een uitgebreide scan van de mensen waarbij de hoeveelheid lichaamsvet, spiermassa en botdichtheid gemeten werd. Toen bleek dat maar liefst 65 procent van de mensen de diagnose obesitas kreeg. Een totaal andere uitkomst dus.

Vertekend beeld
Het grote gebrek van de Body Mass Index is dan ook dat de methode geen rekening houdt met de hoeveelheid vet die aanwezig is in het lichaam en ook de verdeling van dit vet niet berekent. Waar het vet zich precies bevindt is namelijk het allerbelangrijkste als het om gezondheid gaat. Diepliggend vet op en in je organen is velen malen gevaarlijker dan iets te veel vet op je bovenarmen. Dat laatste vet heeft bijvoorbeeld niet veel gevolgen voor hart- en vaatziekten. Vetverdeling kun je alleen meten met een MRI scan. Zouden we voortaan iedereen scannen om gezondheid vast te stellen, dan zou het kunnen betekenen dat de wereldwijde overgewichts epidemie nog veel groter is dan momenteel wordt verondersteld.

In de tussentijd
Maar wat doen we dan in de tussentijd? Gebruiken we BMI nu wel of niet als standaard? Misschien is het verstandig om de meetmethode als indicator te zien en niet als onomstotelijk bewijs. Net als dat iemands gewicht helemaal niets zegt over hoe het verdeeld is, zegt de BMI ook niets over de samenstelling van het lichaam.

Tot we iedereen kunnen scannen is het meten van het vetpercentage een betere methode. Bij een dergelijke meting wordt namelijk rekening gehouden met lengte, leeftijd, gewicht, sekse en wel of niet atleet. De hoogte van het vetpercentage zegt ook meer over iemands algehele gezondheid en kans op lichamelijke aandoeningen.

De meeste elektronische vetmeters meten tevens het viscerale vet. Dat is het vet dat op en in de organen zit. Naast deze wetenschappelijke meting is het natuurlijk ook belangrijk hoe iemand er uit ziet, zich voelt en functioneert. Want ook deze 'meetpunten' zijn essentieel bij het vaststellen of iemand een gezond gewicht heeft of niet. 

Bron: Rolien Scheepbouwer

Geef een reactie